HOOFDSTUK 10 DE PICKNICK

Het was vrijdagmiddag en de school ging uit. Dennis, Bas en Inez fietsten samen naar huis.
‘Wat is het lekker weer’, zei Bas. ‘Het is buiten heel wat beter dan in dat duffe schoollokaal.’
‘Het is volgens mij wel 30 graden’, zei Dennis. ‘Lekker weer om te gaan zwemmen.’
Inez keek de jongens ineens met twinkelende ogen aan en zei: ‘Hé jongens, ik heb een idee.
Wat zouden jullie ervan vinden om met zijn drieën ergens lekker te gaan picknicken?’
‘Oh wauw, Inez, leuk idee!’, zei Dennis.
‘Ja zeker’, beaamde Bas. ‘Alleen vanmiddag kan ik niet. Ik heb mijn vader beloofd dat ik hem in de tuin ga helpen.’
‘Zullen we dan voor morgen afspreken?’, opperde Inez.
‘Bij de Brasemven kun je heel gezellig bij het water zitten en er staan ook genoeg bomen voor wat schaduw’, ging ze verder.

Dennis en Bas konden de volgende dag ook en vonden de Brasemven een prima plek.
‘Wat zullen we allemaal meenemen?’, vroeg Inez.
Dennis, die wel vaker met zijn ouders ging picknicken, wist dat je bij de dorpsbakker kant-en- klare picknickpakketten kon bestellen. ‘Je moet dan opgeven met hoeveel personen je gaat en dan krijg je een mand mee waar voor iedereen meer dan genoeg in zit.’
‘Maar dat kost natuurlijk wel geld’, zei Bas. ‘Dan zal ik moeten bedelen bij mijn ouders, want mijn zakgeld is alweer op …’
Bas kocht tussen de middag nogal eens een lekker broodje en dat kostte natuurlijk ook geld.
‘Ik heb nog wel wat in mijn spaarpot’, zei Dennis.

‘Ja, bij mij lukt het ook wel’, zei Inez. Ze was een goede spaarder en gaf nooit zomaar ergens geld aan uit.
‘Ik bestel vanmiddag alvast een pakket’, zei Dennis.

Ze kregen alle drie het geld bij elkaar en reden zaterdagochtend naar de bakker om de mand op te halen.
‘Zo jongens, de mand zit vol met lekkere dingen. Ik weet zeker dat jullie ervan zullen smullen’, zei de bakker.
De mand was zo groot dat hij nog maar net op de bagagedrager paste. Met veel getrek kon Bas de snelbinders eroverheen sjorren.
Onderweg naar de Brasemven genoten ze van het mooie weer. Een zwoel windje streek door hun haren.
‘Wat is het lekker warm’, zei Bas. ‘Ik spring straks meteen in het water.’ Hij had thuis zijn zwembroek alvast aangetrokken.
Bij het meer aangekomen zochten ze een plekje bij de bomen om te voorkomen dat de picknickmand te heet zou worden.
Om zelf af te koelen wilden ze ook zo snel mogelijk het water in duiken.
‘Mmm …’, zei Inez. ‘Ik moet nog wel mijn bikini aandoen. Dus wegwezen jullie!’
‘Struiken zat hier, Inez’, zei Dennis.
‘Tja, er zit niets anders op. Niet stiekem gluren, hè?!’

‘Nee hoor,’ zei Dennis, ‘maak je geen zorgen.’

Bas nam een enorme aanloop en sprong ineens de ven in.
‘Dat langzame vind ik niks’, had hij gezegd. En weg spurtte hij.
Dennis had zich ondertussen ook snel omgekleed en volgde Bas.

‘Wáááhh!’, riep Bas vanuit het water. ‘Kou – koud, man’, stotterde hij.
Maar al snel borstcrawlde hij door het water. Hij was een goede zwemmer.

Ook Dennis slaakte een kreet toen hij in het water belandde.

Inez kwam uit de struiken. ‘Hé jongens, hier ben ik’, zei ze.
Ze had een opvallend vrolijk badpak aan met allemaal vlinders erop en liep naar de rand van het meertje.
De jongens keken haar een beetje betoverd aan. Ze leek wel een mooie fee uit een sprookjesboek.
‘Alles goed, boys?’ Ze had wel gezien hoe de jongens naar haar keken.
‘Eh … zeker’, zeiden ze vrijwel tegelijk.
Bas spetterde plagend wat waterdruppels haar kant op.
‘Hé! Niet spatten, hè, anders ga ik er niet in, hoor!’
Na veel wilde kreten was ook Inez aan het frisse water gewend.

Ze besloten om met zijn drieën naar de overkant van de ven te zwemmen. Dat was best nog een behoorlijk stuk.
Toen ze ongeveer in het midden waren, keken ze achterom hoever ze al waren.
‘Wat een eind al, hè?’, zei Inez.

Dennis tuurde langs de bosrand en ontdekte dat ze niet alleen waren.
Even verderop zat een visser op een stoeltje. Ook Bas en Inez zagen het.
‘Geen probleem, toch?’, zei Bas met een grijns. ‘Zolang hij ons maar niet aan de haak slaat.’
Terwijl Dennis naar de visser keek, kreeg hij plotseling een drukkend gevoel op zijn borst.
Ook zijn ademhaling leek een stuk zwaarder te gaan.
‘Hé jongens, ik voel me ineens niet lekker’, zei Dennis. ‘Ik denk dat ik beter terug kan gaan.’
Inez en Bas keken hem geschrokken aan. ‘Wat is er dan? Waar heb je last van?’, vroeg Inez.
Ze zag dat Dennis een grauwe kleur in zijn gezicht kreeg.
‘Heb je kramp door het koude water?’, zei Bas.
‘Nee, dat is het volgens mij niet’, zei Dennis.
‘Kom, we gaan direct terug’, zei Inez.
Dennis voelde een loomheid in zijn spieren opkomen en kon zich maar moeizaam voortbewegen.
Bas en Inez bleven vlak bij hem in de buurt en maakten zich nu echt grote zorgen.

Met nauwelijks nog gevoel in zijn lijf bereikte hij de oever en werd, ondersteund door zijn vrienden, naar zijn handdoek gebracht.
Ze droogden hem af en sloegen een handdoek om hem heen.
Dankbaar keek Dennis zijn vrienden aan. Het leek alweer iets beter te gaan.
Toch voelde hij zich nog wel erg onrustig. 
“Er moet wat met die visser aan de hand zijn”, spookte het door zijn hoofd.

>> lees  verder in het boek:-)

Hoi, vond je dit een leuk begin van een verhaal…?
En zou je graag willen weten hoe het afloopt?

Of zou je best wel meer over Dennis avonturen willen lezen? 
Bijvoorbeeld:
Het Gestolen Schilderij, 

De hond van Inez 
of over

Een Hartverwarmende Vakantie 

Dan kan dat door via onderstaande knop het boek aan te schaffen.

Levering binnen 3 werkdagen.